Iontach
Wij wensen je een zalige kerst en een gelukkig nieuwjaar, bezoeker.


Iontach is een RPG waar je in de huid kruipt van een, door jouw bedacht, personage. Kies uit vele rassen en verken de wereld van Iontach.
 
WikiIndexHomeFAQZoekenGebruikerslijstRegistrerenInloggen
Affiliates
gratis forum

Wie is er online?
Er zijn in totaal 1 gebruiker online :: 0 Geregistreerd, 0 verborgen en 1 gast

Geen

Het hoogste aantal gelijktijdige online gebruikers is 11. Dit aantal is bereikt op di okt 16, 2012 5:46 pm.
Inloggen
Gebruikersnaam:
Wachtwoord:
Log me automatisch in bij elk bezoek: 
:: Ik ben mijn wachtwoord vergeten
Seizoen
Lente
  • Huidig seizoen: Bloeiseizoen
Laatste onderwerpen
» Een nieuwe jacht
van Mirima za maa 30, 2013 11:51 pm

» Wat je vind mag je houden
van Mirima zo maa 03, 2013 7:42 pm

» Nieuw leven
van NPC za feb 23, 2013 2:21 pm

» Voor de storm begint
van Arnhar Arnith za feb 23, 2013 2:06 pm

» Het Offtopic
van Lysilla Starnallo ma feb 11, 2013 3:33 pm

» Het Warme Winterfestival
van Mirima za jan 05, 2013 4:55 pm

Statistieken
We hebben 37 geregistreerde gebruikers
De nieuwste gebruiker is hito

Alle gebruikers hebben in totaal 943 berichten geplaatst in 114 onderwerpen
Maanfase

Deel | 
 

 Nakha

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Arnhar Arnith
Admin
Admin
avatar

Aantal berichten : 70
Waardering : 0
Lid sinds : 01-06-12

Forumprofiel
Ras: Halfgod(in)
Groep: Nacht

BerichtOnderwerp: Nakha   di dec 04, 2012 8:28 am

Geluidloos hurkte Arnhar neer en nam hij tussen zijn duim en wijsvinger witte zandkorrels. Hij wreef zijn vingers over elkaar en het zand viel naar beneden. Twee grijze ogen bestudeerden de witte korrels en stelden van alle dingen vast. De jongeman stond recht en hield zijn hand boven zijn ogen om de zon niet in zijn ogen te laten schijnen. In de verte torende een grijs gebouw boven de vredige duinen en Arnhar deed zijn zwarte kap weer op. Vol vertrouwen staarden zijn ogen naar de horizon. Hij was klaar.

In een ontspannen pas liep Arnhar over de heuvelachtige duinen op weg naar het grijze gebouw. De hoge muren van het gebouw doemde op en Arnhar moest zijn hoofd achterover werpen om de top van de hoogste toren te kunnen zien. Twee grote beelden van een engel bewaakten de grote poort van Throor, de citadel van het godenrijk. Arnhar bestudeerde de deur en gleed met zijn smalle vingers over het metaal. De deur was van een sterk ijzer gemaakt dat bijna onbreekbaar was, zeker voor een jonge elf met enkel een zwaard.

Erg behendig sprong de elf op de muur en zette zijn handen en voeten in de diepe voegen. Het duurde niet lang voor Arnhar een groot gat had gevonden in de muur. Waarschijnlijk was dit gat het werk van een katapult van de monsters van Erlmoor. Eens binnen keek Arnhar rond. Hij bevond zich in een grote hal die helemaal liep naar de grote troonzaal waar de Aviri, koning van de Endali, zijn gemeenschap bestuurde. Maar Arnhar was niet uit op de troon. Zonder een blik waardig te gunnen aan de tweede ijzeren poort die de troonzaal sierde, sloeg Arnhar af in een kleine gang met een gebogen trap die uitkwam in een hal met een derde ijzeren deur.

Op de deur waren van alle taferelen afgebeeld, voornamelijk van strijdende Endali die tegen draken en nachtgoden vochten. Deze keer was de muur niet beschadigd en Arnhar kon niet naar binnen. Maar de jongeman was de zoon van Arivu, de godin van de wijsheid, en wist dus altijd wel een oplossing. Vijf grote draaischijven van ijzer stonden op de deur, allemaal met vreemde tekens op. Arnhar draaide een tijdje aan de draaischijven en vormde een zinnetje met de vijf tekens die op een lijn stonden waar een drakentong als pijl naar wees. "Avir mer torahkli jeth eon", fluisterde Arnhar. De grote ijzeren poort kraakte en heel langzaam gingen de deuren open.

Arnhar wandelde voorzichtig naar binnen, maar stopte al gauw toen zijn rechtervoet terechtkwam in iets nats op de grond. Een grote zwarte vlek was alles wat Arnhar zag, maar dit was niet enkel een zwarte vlek. Nee, het was bloed, bloed van een trol. Arnhar stond op een soort van stenen plateau dat uitkeek over een onmenselijk grote zaal. In de zaal hing een dichte stofwolk, en dus kon Arnhar niet erg veel zien, maar met het Witte Licht, een magische gave van de hoge elfen, helderde de zaal al snel op. Arnhar wilde zijn mond open laten vallen van verbazing, maar deed dat niet. Al wat er uit kwam was: "Bij alle Sunas."
De stofwolk was opgeklaard en een gigantisch labyrint werd aan Arnhar's ogen blootgesteld. Miljoenen, misschien wel miljarden, muren stonden tegen elkaar en vormden een heel gangenstelsel. Het labyrint ging niet enkel vooruit, achteruit, naar links en naar rechts, maar ook omhoog en naar beneden. De jonge elf zuchtte diep en maakte zich klaar om het labyrint te betreden. Om hem heen stonden beelden van vechtende trollen, maar ook beelden van mannen die met de trollen vochten. Koude rillingen liepen over Arnhar's rug terwijl hij door de gangen van het labyrint liep. De steen was hard en bijna onmogelijk om te breken, dus kon Arnhar enkel lopen en hopen dat hij de uitgang van het labyrint zou vinden.

Uren, misschien wel dagen, liep Arnhar door het immense doolhof en na lang zoeken kwam hij eindelijk aan bij de uitgang. Arnhar wist dat hij slim was, maar niet dat hij een doolhof zou kunnen verslaan. Een grote zaal, natuurlijk niet zo groot als de labyrintzaal, doemde voor Arnhar op. De kamer was bol en in het plafond zat een lange schacht naar boven. Eerst merkte Arnhar het niet, maar toen hij beter keek zag hij in de muren allemaal diepe gaten zaten... Met lijken erin. Blijkbaar was dit de dodenzaal waar alle doden werden begraven. Waarom het werd beschermd door een labyrint wist Arnhar niet.
Maar de doden was niet het eerste wat de jongeman opviel. In het midden van de zaal, onder de schacht, stond een gigantisch standbeeld van een trol. De trollen die Arnhar onderweg had gezien waren al groot, maar deze overtrof alles. De trol was minstens 20 meter hoog en was lomp en zwaar. Een grote knots zat vastgeklemd tussen zijn poten, die zo dik waren als boomstammen. Op het gezicht van de trol was een trieste uitdrukking afgebeeld, maar Arnhar had niet zoveel aandacht voor de trol, maar wel voor wat er naast hem lag.

In een groot grijs rotsblok zat iets vastgeklemd. Een grijs doek lag erover om het te beschermen tegen iets. Arnhar naderde het rotsblok en zag toen een grijs hoopje naast de steen liggen. Met wat magische wind blies Arnhar het stof weg en onthulde hij wat eronder lag. Een lang geraamte lag levenloos met zijn hand geklemd om het gene wat onder het doek lag op de grond. Arnhar schrok even en kwam toen tot rust. Als hij zijn geschiedenis nog goed herinnerde moest dit... Dan moest dit geraamte... Dan was dit geraamte van Arnwën de Dappere, Zoon van het Licht.
Vol bewondering keek hij naar het skelet en zag toen de gescheurde gewaden van de man en de amuletten die hij droeg. Al snel richtte Arnhar zijn blik op het doek en heel voorzichtig nam hij het vast. Het doek werd weggenomen en een metalen voorwerp kwam tevoorschijn. Het was een zwaard en niet zomaar een zwaard. Dit zwaard behoorde toe tot Arnwën, het geraamte dat het vastklampte. Nakha, dat was haar naam. Met trillende handen raakte Arnhar het gevest aan. Enkel de erfgenaam van Arren zou het zwaard uit de rots kunnen trekken, maar Arnhar was geen erfgenaam. Hij stamde niet af van de luchtelfen, maar van de hoge elfen en hun voorouders, de maanelfen. Toch wilde Arnhar het eens proberen, dus legde hij zijn vingers om het gevest en trok toen aan het zwaard. Verbazingwekkend gleed het zwaard uit de rots alsof het nooit vast had gezeten en een felle gouden gloed omhulde Nakha. Met open mond staarde Arnhar naar het zwaard dat schitterde in zijn hand. Dus Arnhar was wel een erfgenaam van Arren of waren die erfgenaampraatjes enkel verzonnen om mensen van Throor weg te houden? Toen richtte Arnhar zich voorzichtig tot het geraamte van Arren en nam het amulet dat hij droeg er van af. Nu zou Arnhar Arren opvolgen en opnieuw het godenrijk behoeden van de levende wezens.

Nu moest Arnhar enkel nog een uitweg vinden. Door het doolhof gaan was absoluut geen optie, dus keek hij naar de schacht. Arnhar liep erheen en keek omhoog. Een glazen koepel sierde de toren en Arnhar wist dat hij het kon halen. Met Nakha in zijn rechterhand klom Arnhar via de gaten met doden omhoog.
Het duurde niet lang voor hij boven was en hij naar buiten kon gaan. De wind was koud en hard en bijna viel Arnhar van de toren. Arnhar's ogen vielen op de woeste wilde oceaan. Het godenrijk was geen plek voor levende wezens en al zeker niet voor wezens zoals de hoge elfen. Één blik op zijn nieuwe zwaard deed Arnhar niet meer twijfelen. Hij zou Arivu voorgoed verslaan.
Terug naar boven Go down
http://iontach.actieforum.com
 
Nakha
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Iontach :: Wereld :: Iontach-gebieden :: De Luchtige Landen :: Het Arivu-gebergte/ Het Godenrijk-
Ga naar: